Selenietlampen
Waar een zoutlamp warm oranje gloeit, geeft seleniet koel wit licht met een zijdeglans die langs de kristalvezels loopt. Twee heel verschillende sferen uit hetzelfde idee.
Seleniet is een variant van gips, opgebouwd uit haarfijne vezels die strak evenwijdig liggen. Daardoor geleidt het licht in de lengterichting: het licht komt niet alleen uit de opening maar gloeit door de hele wand heen. Bij een cilindervorm zie je dat effect het sterkst.
Het materiaal is opvallend zacht — hardheid 2, je zet er met een vingernagel een streep in. Dat maakt het makkelijk te bewerken tot gladde vormen, maar ook kwetsbaar. Seleniet lost op in water. Nooit afwassen, nooit in een vochtige ruimte, alleen afstoffen met een droge doek.
Anders dan zout trekt seleniet geen vocht aan, dus je hoeft de lamp niet aan te laten om het materiaal droog te houden. Dat scheelt in stroom als je hem alleen 's avonds gebruikt.
Wist je dat? In de Cueva de los Cristales in Naica, Mexico, staan selenietbalken tot twaalf meter lang en vijftig ton zwaar — de grootste kristallen ooit gevonden. Ze konden zo groot worden doordat de grot honderdduizenden jaren gevuld stond met water van precies vierenvijftig graden: warm genoeg om gips traag te laten groeien in plaats van snel uit te kristalliseren.