Jade
Jade is geen mineraal maar een verzamelnaam voor twee verschillende stenen die er hetzelfde uitzien: jadeïet en nefriet. Beide zijn taai, beide groen, en eeuwenlang hield niemand ze uit elkaar.
Het onderscheid is pas in 1863 gemaakt. Jadeïet is zeldzamer, harder en kan de intense smaragdgroene kleur bereiken die als "imperial jade" bekendstaat; vrijwel al het goede materiaal komt uit Myanmar. Nefriet is algemener, doorgaans zachter van kleur, en komt uit onder meer Canada, Rusland, Nieuw-Zeeland en China.
Wat beide soorten bijzonder maakt is niet hardheid maar taaiheid. Jade bestaat uit microscopisch kleine kristallen die als vilt door elkaar verweven zijn. Daardoor is het buitengewoon moeilijk te breken — nefriet is qua breukvastheid een van de taaiste natuurlijke materialen die er zijn, taaier dan staal van gelijke dikte.
Eerlijke waarschuwing: onder de naam "jade" wordt veel verkocht dat het niet is. Serpentijn, aventurijn en geverfd kwartsiet gaan geregeld voor jade door. Vraag altijd om welke van de twee het gaat.
Wist je dat? Juist die taaiheid maakte jade tot het belangrijkste gereedschapsmateriaal van de steentijd in China en Nieuw-Zeeland. Een jaden bijl breekt niet als je hem tegen een boom slaat — maar hem in vorm krijgen kostte weken schuren met zand, want kloven zoals bij vuursteen is precies wat jade níét doet.