Toermalijn
Toermalijn is niet één mineraal maar een familie met een uitzonderlijk rekbare samenstelling. Daardoor komt hij in vrijwel elke kleur voor — soms meerdere in hetzelfde kristal.
De kristallen groeien als langgerekte staven met een driehoekige doorsnede en fijne lengteribbels; dat maakt ze op het oog herkenbaar. Zwarte toermalijn (scherl) is verreweg het algemeenst en komt uit onder meer Brazilië en Madagaskar. De roze, groene en meerkleurige varianten zijn zeldzamer.
Verandert de chemie van de oplossing tijdens de groei, dan verandert de kleur mee. Zo ontstaat watermeloentoermalijn: roze kern, groene rand — het resultaat van een kristal dat halverwege zijn leven in een andere omgeving verder groeide.
Hardheid 7 tot 7,5 en geen goede splijting, dus goed draagbaar. Wel gevoelig voor snelle temperatuurwisselingen.
Wist je dat? Toermalijn is piëzo- én pyro-elektrisch: hij laadt zich op bij druk én bij verwarming. Nederlandse zeelieden die de steen in de achttiende eeuw meebrachten uit Sri Lanka gebruikten hem om as uit hun pijp te trekken en noemden hem "aschentrekker". Dat werkte doordat een opgewarmd kristal statisch geladen raakt.