Fluoriet
Fluoriet is calciumfluoride en staat bekend om zijn kleurbanen: paars, groen, blauw en geel door elkaar in hetzelfde kristal, vaak in strakke zones die de kubusvorm volgen.
Die zonering ontstaat doordat de samenstelling van de mineraalhoudende oplossing veranderde tijdens de groei. Elke kleurzone is dus een moment in de tijd, van binnen naar buiten te lezen. De kleuren zelf komen niet van sporenmetalen maar van roosterdefecten — plekken waar een fluoratoom ontbreekt en een gevangen elektron licht absorbeert.
Fluoriet is zacht (4) en splijt perfect in vier richtingen. Dat betekent dat een klap of een val niet leidt tot een willekeurige barst maar tot een schone, driehoekige afsplintering. Wees er dus voorzichtig mee, en wees kritisch bij ringen of armbanden — voor dagelijks dragen is fluoriet eigenlijk te kwetsbaar.
Het meeste materiaal komt uit China en Mexico. In de industrie is fluoriet trouwens geen sierstenen maar grondstof: het is de belangrijkste bron van fluor, en het wordt als vloeimiddel in hoogovens gebruikt — daar komt de naam vandaan, van het Latijnse fluere, stromen.
Wist je dat? Het verschijnsel fluorescentie is naar deze steen vernoemd. Negentiende-eeuwse onderzoekers merkten dat fluoriet uit Engeland onder ultraviolet licht blauw oplichtte, en noemden het effect naar het mineraal waarin ze het voor het eerst zagen. Niet elk fluoriet doet het — het hangt af van sporen zeldzame aardmetalen in het kristal.