Obsidiaan
Obsidiaan is geen mineraal maar glas: lava die zo snel afkoelde dat de atomen geen tijd kregen om zich in een kristalrooster te ordenen. Het resultaat is diepzwart, glanzend en breekt met vlijmscherpe randen.
Snelheid is alles. Stroomt kiezelzuurrijke lava een koud meer of de zee in, dan verstijft hij binnen enkele uren tot glas. Duurt de afkoeling langer, dan vormen zich kristallen en krijg je gewoon vulkanisch gesteente. Obsidiaan is dus altijd het bewijs van een plotselinge gebeurtenis.
Varianten ontstaan door wat er tijdens die stolling in vast kwam te zitten. Sneeuwvlokobsidiaan heeft witte vlekjes van cristobaliet die alsnog uitkristalliseerde. Regenboogobsidiaan dankt zijn glans aan onvoorstelbaar dunne laagjes magnetietkristalletjes. Mahonieobsidiaan is bruin door ijzeroxide.
Omdat het glas is, breekt obsidiaan schelpvormig en kan een scherf snijden als een mes. Dat is precies waarom het al ruim een miljoen jaar de belangrijkste grondstof voor snijgereedschap was, tot metaal het overnam. Hanteer grote ruwe stukken met aandacht en zet ze niet waar kinderen ze omstoten.
Wist je dat? Een obsidiaanmes is scherper dan het beste chirurgenstaal. Een stalen scalpelrand is onder de microscoop een zaagje; een obsidiaanrand kan aflopen tot één molecuullaag dik. Chirurgen gebruiken obsidiaanmesjes daadwerkelijk bij ingrepen waar een minimaal litteken telt — het nadeel is dat ze zo bros zijn dat ze bij de kleinste zijwaartse beweging afbreken.