Aventurijn
Aventurijn is kwarts met glinstering. Die glans komt van duizenden microscopisch dunne plaatjes mica die in de steen meegegroeid zijn en het licht als minuscule spiegeltjes terugkaatsen.
Het effect heet aventurescentie. Bij groen aventurijn zijn de plaatjes fuchsiet — chroomhoudende mica, die tegelijk voor de groene kleur zorgt. Bij het roodbruine type is het hematiet of goethiet, waardoor de glinstering koperkleurig oogt. Hoe grover de plaatjes, hoe nadrukkelijker de schittering; fijn verdeeld geeft eerder een zachte gloed.
Het meeste aventurijn komt uit India, met name uit de streek rond Mysore, en daarnaast uit Brazilië en Rusland. Het wordt in massieve aders aangetroffen, dus je ziet het altijd bewerkt: getrommeld, gepolijst of tot bollen en harten gezaagd.
Hardheid 7, geen splijtvlakken — prima om te dragen. Wel oppassen met langdurig zonlicht: net als bij veel groene stenen kan de kleur op termijn iets verbleken.
Wist je dat? De naam komt van een fabricagefout. In de achttiende eeuw viel er in een Venetiaanse glasblazerij per ongeluk koperschilfers in een smelt, wat glinsterend glas opleverde. Dat noemde men a ventura, bij toeval. Toen men later een natuursteen vond die er precies zo uitzag, kreeg de steen de naam van de imitatie — en niet andersom.