Pyriet
Pyriet is ijzersulfide: ijzer en zwavel, in een kristalrooster dat van nature kubussen vormt. De metaalgele glans leverde het de bijnaam "fool's gold" op — goudzoekers haalden het er geregeld mee door elkaar.
De naam komt van het Griekse pyr, vuur: sla pyriet tegen staal en er springen vonken af. Eeuwenlang was dat de manier om vuur te maken, en later het ontstekingsmechanisme van vuursteenwapens.
De beroemde perfecte kubussen komen vrijwel allemaal uit Navajún in de Spaanse provincie La Rioja. Daar zit het pyriet in een laag zachte mergel — verharde klei — en juist die zachtheid is de sleutel: het kristal kon tijdens de groei ongehinderd alle kanten op uitzetten, waardoor de vlakken vlak bleven en de hoeken scherp. In hard gesteente vormt pyriet meestal onregelmatige klompen.
Wat je wilt weten vóór je koopt: pyriet en vocht gaan slecht samen. In een vochtige ruimte kan het langzaam oxideren — het oppervlak wordt dof, er ontstaat wit poeder en uiteindelijk valt het stuk uit elkaar. Bewaar het droog, niet in de badkamer. In de kristaltraditie wordt pyriet van oudsher in verband gebracht met bescherming en voorspoed; de goudglans maakt het daarnaast simpelweg een sterk kijkstuk.
Wist je dat? Niemand heeft die kubussen geslepen. De rechte hoeken komen recht uit de atoomstructuur: de ijzer- en zwavelatomen stapelen zich in een kubisch rooster, en bij genoeg ruimte volgt de buitenkant precies diezelfde vorm. De Spaanse exemplaren groeiden er in het Krijt, ruim honderd miljoen jaar geleden.