Wierookstokjes
Een wierookstokje is een bamboestokje met daaromheen een deeg van houtpoeder, bindmiddel en geurstof. Aansteken, vijf tellen laten vlammen, uitblazen — de gloeiende punt doet de rest.
Bij de Indiase merken die je hier vindt wordt dat deeg met de hand om het stokje gerold. Een geoefende roller haalt zo'n duizend stokjes per dag; dat handwerk verklaart het prijsverschil met machinaal geperste stokjes uit de supermarkt.
Het verschil tussen de merken zit in de basis. Satya gebruikt een dichtere, vochtigere massa die langzamer brandt en zwaarder geurt. HEM heeft het bredere, zoetere assortiment en brandt sneller op. Staat er "natuurlijke wierook", dan zijn er plantaardige harsen en oliën gebruikt in plaats van synthetische geurstoffen — dat ruik je aan een minder scherpe geur die sneller vervliegt.
Praktisch: een stokje brandt twintig tot dertig minuten en geurt daarna nog uren na. Zet de houder op iets dat tegen as kan en lucht na afloop; wierook geeft fijnstof af, net als een kaars. Een slof bevat zes of twaalf pakjes van dezelfde geur en is per stokje flink goedkoper — maar koop eerst los als je de geur nog niet kent.
Wist je dat? Het bamboestokje in het midden is een relatief moderne uitvinding. Klassieke Japanse en Tibetaanse wierook heeft geen kern: daar wordt het deeg tot een massief staafje gerold. Dat brandt schoner, maar breekt ook veel sneller — de bamboekern was een oplossing voor het transport.