Zeoliet
Zeolieten zijn een familie mineralen met een kristalrooster vol microscopische kanaaltjes. Die sponsachtige structuur geeft ze eigenschappen die geen andere steen heeft.
De holtes zijn zo klein en zo regelmatig dat ze als moleculaire zeef werken: kleine moleculen passen erdoorheen, grotere niet. Water kan er in en uit zonder dat het kristal instort — verhit je een zeoliet, dan borrelt het water eruit terwijl de steen intact blijft.
Ze ontstaan wanneer vulkanisch glas of as in aanraking komt met basisch grondwater, vaak in gasholtes in basalt. India (de Deccan-basalten) is de belangrijkste bron van kristallijne exemplaren.
De meeste zeolieten zijn zacht (3,5 tot 5,5) en broos; de naaldvormige varianten breken bij de minste aanraking. Behandelen als kwetsbaar en droog bewaren.
Wist je dat? Dezelfde eigenschap maakt zeolieten industrieel onmisbaar: ze zitten in wasmiddel als waterontharder, in kattenbakvulling, in aardolieraffinaderijen als katalysator, en ze zijn na Tsjernobyl en Fukushima ingezet om radioactief cesium uit water te filteren. De naam betekent "kokende steen", naar wat er gebeurt als je hem verhit.