Lapis lazuli
Lapis lazuli is geen mineraal maar een gesteente: hoofdzakelijk lazuriet, met witte calciet en gouden spikkels pyriet erdoorheen. Dat samenspel maakt het herkenbaar.
De beste kwaliteit komt al ruim zesduizend jaar uit dezelfde plek: de Sar-e-Sang-mijnen in de Badakhshan-provincie in Afghanistan, hoog in de Hindu Kush. Er zijn andere vindplaatsen — Chili, Rusland — maar het diepblauw met fijne pyrietspikkeling en weinig calciet komt vrijwel altijd daarvandaan.
De waarde zit in de verhouding: hoe egaler het blauw en hoe minder witte calcietvlekken, hoe hoger de kwaliteit. Wat pyriet betreft verschillen de smaken — fijne gouden spikkels worden gewaardeerd, grote klonten niet.
Hardheid 5 tot 6 en poreus. Geen zuren, geen ultrasoonbad, geen langdurige zon. En let op geverfde jaspis of gereconstrueerd materiaal dat als lapis wordt aangeboden.
Wist je dat? Tot in de negentiende eeuw werd het duurste blauwe pigment ter wereld van deze steen gemaakt: ultramarijn, letterlijk "van over de zee". Het was op gewicht kostbaarder dan goud, en daarom schilderden oude meesters er alleen de mantel van Maria mee. In 1826 werd een synthetische variant uitgevonden en stortte de prijs in één klap in.